Hoogspringen

Hoogspringen
Hoogspringen is een technisch onderdeel van de atletiek. Er zijn de afgelopen eeuwen veel verschillende technieken gebruikt om over de hoogspringlat te springen. De schaar of schotse sprong, voeten eerst, de western role en de straddle of rolsprong.

De fosburyflop, ook wel kortweg de flop genoemd, is de hoogspringtechniek die door Dick Fosbury op de Olympische Spelen van 1968 werd gebruikt. Dit is de hoogspringtechniek geworden die sinds 1978 door alle tophoogspringers wordt gebruikt.

Dick Fosbury is echter niet de uitvinder van deze techniek voor het hoogspringen. Al in 1912 gebruikte de eveneens Amerikaanse atleet Clinton Larson deze techniek. Hij sprong in 1924 als 32-jarige zelfs een hoogte van 2,07 meter. Toen was de techniek ronduit gevaarlijk omdat de atleet op zijn rug in het zand landde. Niet vreemd dat de techniek in 1968 weer opdook: dat waren de eerste Olympische Spelen waarbij een schuimrubberen landingsmat werd gebruikt.
 
Organisaties waar je dit zou kunnen doen (zoek in jouw omgeving door je postcode in te vullen in het groene vak hiernaast):
›› Organisaties (1)
 
Belangenbehartigers
›› Landelijke belangenbehartigers (1)
 

Zoeken in regio

Vier cijfers postcode:

Gerelateerd

 
Header image