Jachttraining

Jachttraining
Jachttraining is bedoeld voor jachthonden. Een jachthond is gefokt om de jager te helpen bij de jacht door wild op te drijven, te speuren naar geschoten wild en dit wild te apporteren. Per jachthondenras zijn er verschillende specifieke taken waar de hond op ingezet kan worden. De Teckel is bijvoorbeeld gefokt om vossen en dassen uit hun hol te drijven. Enkele jachthondenrassen: teckel, beagle, retriever, spaniel, terriër, pointer, Drentsche patrijshond, windhond en Hannoveraanse zweethond.

De meeste bazen doen jachttraining met hun jachthond omdat het de best passende trainingsvorm is die je een jachthond kunt aanbieden; zonder dat het ooit de bedoeling is dat de hond echt op levend wild wordt ingezet. Jachttraining is dan ook meer dan het apporteren van wild.

Jachthondenproeven die worden gehouden onder auspiciën van de KNJV bevatten onder andere de volgende onderdelen:
- Aangelijnd en los volgen (het lopen van een achtvorm)
- De hond vooruitsturen en laten terugkomen op commando
- Zonder de baas in het zicht minimaal 2 minuten op één plek blijven
- Een stuk wild apporteren vanaf het land, tot op 80 meter afstand
- Een stuk wild apporteren door het uit het water te halen (nadat er een schot heeft geklonken)
- Een stuk wild apporteren dat op de andere oever van een watertje van minimaal 10 meter breed ligt
- De hond laten zoeken naar een stuk wild, op afstand laten wachten en daarna commando apporteren geven
- Sleepspoor volgen van 150 - 300 meter tot de vindplek van het wild en wachten op het commando om het wild te mogen apporteren.
 

Zoeken in regio

Vier cijfers postcode:

Kijk ook eens bij

 
Header image