Reddingshondenwerk

Reddingshondenwerk
Bij Reddingshondenwerk is het doel om mensen op te sporen en mensenlevens te redden. Er zijn twee soorten speurwerk. De ene is speurwerk met speurhonden die met een geurbron een spoor kunnen volgen naar het slachtoffer. De andere manier van speuren gaat met honden die de geur van mensen of lijken van mensen heel goed kunnen ruiken en hun baas de juiste signalen geven waar zij de geur het sterkst ruiken. Honden worden speciaal opgeleid voor het opvangen van geuren uit de lucht, of uit het water (bij verdrinkingen) of uit de sneeuw (bij lawines).

Van hond en baas wordt bij reddingswerk veel meer verwacht dan alleen goed speurwerk. Baas en hond moeten over een goede conditie beschikken en via aanvullende trainingen worden vele bijzondere situaties geoefend. Enkele voorbeelden: gebruik van GPS, portofooncommunicatie, abseilen met hond en dropping vanuit de helicopter.

Een hond zal gedurende minimaal twee jaar getraind moeten worden om een goed inzetbare reddingshond te kunnen worden. Die periode start ná de puppycursus en basiscursussen gehoorzaamheid. Tijdens reddingshondentrainingen wordt de hond eerst aangeleerd om slachtoffers te verwijzen (met blaffen aangeven dat het slachtoffer gevonden is). Daarna volgt de fase van het aanleren van diverse zoekmethoden<-strong>; de baas weet in deze fase steeds waar het slachtoffer ligt en kan op die manier het leerproces versnellen. In de laatste fase worden begeleider en reddingshond getraind om slachtoffers te zoeken zonder dat de begeleider weet waar het slachtoffer zich bevindt.

Regelmatig worden lokale, regionale en landelijke oefeningen gehouden om het reddingswerk zo goed mogelijk te trainen en ook de organisatie achter een reddingsoperatie te kunnen oefenen.
 

Zoeken in regio

Vier cijfers postcode:

Kijk ook eens bij

 
Header image