Knieklachten
Het FRICTIESYNDROOM
Een klassieke lopersblessure is de overbelasting van de ‘Tractus Iliobialis’, een peesplaat aan de buitenzijde van het bovenbeen, ter hoogte van de knie.
Deze blessure wordt ook wel de ‘lopersknie’ genoemd. De pijnklachten treden op ten gevolge van de frictie van deze peesplaat over een uitbochting van het bovenbeen, juist boven de knie. De pijnklachten treden na einige tijd lopen op en kunnen zo hevig worden dat het lopen moet worden gestaakt. Na het staken van het lopen wordt de pijn snel weer minder.
Deze knieklachten zijn te voorkomen door:
-
In de warming-up aandacht te besteden aan rekkingsoefeningen van de spieren en de peesplaat aan de buitenzijde van het bovenbeen.
-
Extra aandacht te besteden aan spierversterkende oefeningen voor de spieren aan de zij- en binnenkant van het bovenbeen.
-
Heuveltraining en het lopen op een schuin wegdek mijden.
- Goede schoenen te dragen.
 Met name lopers die schoenen dragen die overmatig aan de buitenzijde van de hak zijn afgesleten hebben een verhoogde kans op het ontstaan van deze blessure. Ook lopers die schoenen dragen met een antipronatie wigje terwijl zij normaal afwikkelen (en dus dit antipronatie wigje niet nodig hebben) zijn gevoelig voor de overbelasting van deze peesplaat. Ook lopers met een beenlengteverschil van meer dan één centimeter hebben een verhoogde kans op het ontstaan van deze blessure.
Heb je knieklachten?
Wacht niet te lang met een bezoek aan een fysiotherapeut. Je kunt tegenwoordig rechtstreeks terecht bij de fysiotherapeut zonder verwijsbriefje van de huisarts. Je zou jezelf tekort doen door steeds maar weer minder te gaan trainen als je klachten aanhouden. De fysiotherapeut kan samen met jou de oorzaak vinden en werken aan het herstel. En dan kun je er na de herstelperiode weer volop tegenaan en genieten van die gezonde looptrainingen.
|