Loopbandtraining

Loopbandtraining
Lopen en/of rennen 'aan de lopende band'. Je vindt het wat of je vindt het héél saai. Je kunt op de loopband prima een duurtraining doen, waarbij je met een constante snelheid (en hartslag) gedurende bijvoorbeeld een half uur of een uur loopt. Maar de loopband is met de variabele snelheid ook prima te gebruiken voor een intensieve intervaltraining. Dan wissel je korte tijdsintervallen, van bijvoorbeeld een minuut, af met een stukje wandelen of dribbelen gedurende drie minuten om op adem te komen voordat je weer een ‘sprint’ inzet. Met gewichten kun je je training zwaarder te maken.

Loopbandtraining komt vooral je conditie ten goede. Je krijgt er niet direct een (zichtbaar) gespierd lichaam van, maar je wordt er natuurlijk wel fitter van en je krijgt veel meer uithoudingsvermogen.

Een hele andere toepassing van de loopband, wat je ook loopbandtraining zou kunnen noemen, is die van het revalideren. Voor mensen die bijvoorbeeld door een ongeluk in een rolstoel terecht zijn gekomen en opnieuw moeten leren lopen. Je kunt dan de benen weer op een beheerste manier (met een langzaam lopende loopband) laten wennen aan de bewegingen. Zonder dat de benen daarbij direct al weer het volledige lichaamsgewicht moeten dragen.
 

Zoeken in regio

Vier cijfers postcode:

Kijk ook eens bij

Gerelateerd

 
Header image