|
Derde factor:
3. Het optimaliseren van training en prestatie
Optimaliseren betekent volgens het woordenboek: optimaal maken, in de meest gunstige omstandigheden of tot de gunstigste oplossing brengen. In het trainingsproces betekent optimaliseren dat de vijf cyclische onderdelen van het trainingsproces van de atleet zo goed mogelijk op elkaar afgestemd worden. De ontwikkelde computermodellen die TCT hiervoor gebruikt maken berekeningen. Op grond daarvan is het mogelijk iets te zeggen over de mate van efficiëntie van de gehele cyclus.
|
|
Wat kan TCT met die computermodellen dan berekenen? TCT berekent voor elke individuele atleet hoeveel procent verbetering per PBF (Prestatie Bepalende Factor) haalbaar is. Hierbij is de hoeveelheid en het soort gegevens dat de atleet bijhoudt van groot belang. In het kort de belangrijkste berekeningen die TCT kan maken:
Voorbeeld 1: Eenvoudige optimalisatie aan de hand van de trainingsdoelen en de WTA (wedstrijd-tijden-analyse)
Waneer men een 10 km wil lopen, zal men anders moeten trainen dan voor een marathon. Maar een talentvolle 10 km-loper met wedstrijdaspiraties zal óók anders (moeten) trainen dan een recreatieve 10 km-loper. Met de rekenmodellen van de WTA kan men per individu bepalen welke prestatiebepalende factoren men het efficiëntst kan trainen om een gesteld wedstrijddoel te bereiken.
Voorbeeld 2: Een bewegingsoptimalisatie
Elke atleet heeft zijn eigen individuele lichaamsbouw. Die lichaamsbouw bepaalt grotendeels welke bewegingsuitvoering voor een bepaalde atleet gunstig is of juist minder gunstig. Zwaargebouwde atleten zullen niet makkelijk hele grote, “lichtvoetige” passen kunnen maken. Lange slanke mensen zullen slechts zelden hele kleine dribbelpasjes maken.
Op grond van statistieken van lopers zijn over de bewegingsuitvoering verschillende adviezen te geven. Denk hierbij aan:
- Welke blessures bij een bepaalde loopstijl meer of minder vaak optreden
- Welke blessurerisico's bij een bepaald lichaamstype horen
- Welk type loopstijl bij een bepaald type lichaamsbouw de snelste eindtijd geeft
Op grond van het bovenstaande zal elke loper of loopster een individueel, op maat gesneden advies meekrijgen over de manier waarop hij of zij het beste kan lopen. TCT gaat nadrukkelijk niet uit van één specifieke loopstijl die elke loper maar moet kopiëren.
Voorbeeld 3: Een TRIMPS optimalisatie Het is voor elk van de zeven PBF’s (Prestatie Bepalende Factoren) mogelijk de zwaarte/belasting van een training vast te leggen. Hiervoor kan onder andere gebruik worden gemaakt van data van snelheids-, hartslag- en vermogensmetingen.
Wanneer een atleet zijn trainingsgegevens in een logboek bijhoudt, is het met behulp van de WTA (wedstrijd-tijden-analyse) mogelijk om inzicht te krijgen in de verbeteringen van de PBF’s gedurende een trainingsperiode en deze verbeteringen te relateren aan de trainingsbelasting. Uit de mate van verbetering en de tijd die nodig is om die verbetering te realiseren, kan veel aanvullende informatie over een atleet afgeleid worden. Na verloop van tijd kunnen de volgende vragen beantwoord worden:
- hoe lang duurt het herstelproces na een bepaalde trainingsvorm?
- in welke mate verslechtert of verbetert de prestatie tijdens de trainingsperiode?
- Wat is het effect van verschillende trainingsvormen op de wedstrijdprestatie?
Wanneer een atleet over bovenstaande gegevens beschikt, kan TCT tot in detail berekenen welke trainingsschema's voor hem het meest effectief zijn.
naar:
|