|
Conconi-test
In tegenstelling tot de tests die een schatting maken van de VO2-max (je maximale zuurstofopnamecapaciteit), tracht de Conconi-test het zogenaamde omslagpunt te bepalen. Het omslagpunt kennen is interessant omdat onder je omslagpunt een bepaald niveau van inspanning lang kunt volhouden. Dit omslagpunt wordt uitgedrukt in een bepaalde hartslagfrequentie. De inspanning waarbij je echt je VO2-max bereikt kun je namelijk door ‘verzuring’ niet lang volhouden. ‘Verzuring’ is de populaire term voor melkzuurproductie in je spieren (bij een zeer hoge belasting). Melkzuur wordt zo traag afgevoerd dat je spieren bij hoge inspanning snel ‘verzuren’. De vermoeidheid slaat snel toe. De grenswaarde VO2-max wordt ook je anaërobe drempel genoemd of het verzuringspunt of het omslagpunt. Onder die hartslagfrequentie kun je een belasting veel langer volhouden dan boven die hartslagfrequentie.
Goede duursporters zijn in staat om lang achtereen dicht in de buurt van hun VO2-max te sporten, namelijk op zo'n 90-95% van het VO2-maximum. Voor minder goed getrainde sporters ligt dat percentage lager.
Omslagpunt De Italiaan Conconi ontwikkelde jaren geleden een methode waarbij hij de belasting langzaam verzwaarde en de hartslag bepaalde. De hartslag en de belasting lopen in eerste instantie in een mooie lijn op. Conconi constateerde dat bij een bepaalde belasting de hartslaglijn afvlakte. Met andere woorden er zat een knik in de lijn. Verondersteld werd dat dit het omslagpunt zou zijn. Er is veel discussie geweest over de juistheid van deze test. Andere onderzoekers konden de resultaten van Conconi namelijk niet (goed) herhalen en bovendien ontbreekt een goede theoretische onderbouwing van de test. Kortom, de waarde van deze test is niet duidelijk en er wordt sterk aan getwijfeld.
Benodigdheden Voor de uitvoering van de test is nodig: een 400m atletiekbaan, een hartslagmeter en eventueel een helper die de tijden en de daarbij behorende hartslag noteert.
Uitvoering Doe een warming-up van zo’n 20 minuten. Hierna begint de test. Het is de bedoeling dat iedere 200m ongeveer 2 à 3 seconden sneller gelopen wordt. De beginsnelheid van de eerste 200m moet in redelijk verhouding staan met de snelheid van de uiteindelijk te verwachten drempelsnelheid. Met andere woorden neem 12 tot 16 200m-tijden zodat er in totaal zo’n 10 à 12 minuten gelopen wordt. Zo beginnen minder goed getrainde de eerste 200m in 75 seconden, goed getrainde starten met 60 seconden. Na elke 200m wordt de looptijd over deze afstand en de hartslag genoteerd door een helper. Bij een hartslagmeter met geheugen is een helper natuurlijk niet nodig: een druk op de geheugenknop is voldoende. Je blijft iedere 200 meter versnellen totdat je flink begint te hijgen: je loopt dan boven de aërobe drempel en je bent dus je VO2-max waarde gepasseerd.
Hulpmiddelen
Een goed hulpmiddel is om op de atletiekbaan op vaste afstanden van elkaar pionnen te plaatsen. Om te helpen bij een gelijkmatige verhoging van de loopsnelheid wordt een geluidsinstallatie gebruikt die pieptonen produceert. In de tijd tussen 2 piepjes moet de loper de afstand tussen 2 opeenvolgende pionnen afleggen. Bij elke pieptoon moet dus weer de volgende pion bereikt zijn. De tonen volgen elkaar steeds sneller op waardoor de loper geleidelijk aan sneller moet gaan lopen. Bij elke snelheid wordt een hartslagwaarde geregistreerd die later in de grafiek tegen de loopsnelheid kan worden afgezet. Als het goed is moet er een knikpunt in de grafiek te herkennen zijn; de beruchte AD. Deze frequentie dient tijdens extensieve trainingen en lange wedstrijden niet te worden overschreden.
Maak je eigen grafiek met de Conconi calculator
Onderstaand een excel-spreadsheet om je eigen aërobe drempel te berekenen en je eigen grafiek te maken. Tip: klik met je rechtermuisknop op de link en kies "Doel opslaan als..." om de spreadsheet direct op je computer op te slaan.
|